VMBO en MBO: Stop alsjeblieft met LOB-lesjes!3 december 2018

Op 7 november heeft Intergripper Lennard een artikel geschreven op LinkedIN met een betoog over waarom LOB-lesjes vaak niet de kern van LOB raken. Het originele artikel met reacties vindt u onder deze link.

Met de Kamerbrief van minister Bussemaker uit 2016 heeft LOB voor het VMBO en het MBO werkelijk handen en voeten gekregen. Te vaak resulteert loopbaanoriëntatie echter in een maandelijks uurtje LOB voor de leerlingen. Zo’n LOB-lesje heeft weinig te maken met het doel van loopbaanoriëntatie.

Als accountmanager voor Intergrip kom ik vijf dagen per week bij scholen in het hele land over de vloer. Sinds de verplichte invoering van LOB op VMBO en mbo-scholen zie ik een tweedeling ontstaan in onderwijsland.

De ene helft van de scholen ziet het belang van goede loopbaanoriëntatie en is enthousiast aan de slag gegaan. De andere helft ziet LOB als de zoveelste verplichting van overheidswege, schaft een LOB-module aan en daarmee klaar.

In de steigers

Aan de overheid ligt het niet. Die heeft het LOB-onderwijs stevig in de steigers gezet. Er is geld, er zijn uren. Het Expertisepunt LOB en partijen als NVS-NVL doen goed werk.

Landelijke voorvechters doen hun best om LOB-onderwijs positief voor het voetlicht te brengen. Als scholen willen, kunnen ze alle steun en expertise aanvragen die ze maar wensen kunnen.

Maar zelfs als scholen het belang van LOB inzien is het de vraag of het opnemen van LOB-onderwijs in het curriculum de juiste oplossing is om leerlingen goed voor te bereiden op hun toekomst. Het inroosteren van LOB-lesjes is mijns inziens absoluut niet de bedoeling van loopbaanoriëntatie. Schaf die lesjes dus maar zo snel mogelijk af.

“Het inroosteren van LOB-lesjes is mijns inziens absoluut niet de bedoeling van loopbaanoriëntatie.”

LOB is geen vak

LOB is geen vak, het is een zoektocht. Het is bezig zijn met de toekomst. LOB is dus ook niet te meten in cijfers, behalve misschien een cijfer voor de mate waarin een leerling actief met deze zoektocht aan de slag gaat.

VMBO en mbo-scholen moeten dus stoppen om LOB als één van de zoveel vakken te behandelen. LOB is bij uitstek vakoverstijgend. Je zou zelfs kunnen zeggen dat LOB de basis moet zijn van alles wat er op het voortgezet onderwijs gebeurt.

Elke onderwijsinstelling wil dat het onderwijs dat leerlingen ontvangen van belang is voor hun toekomst. Het onderwijs moet leerlingen voorbereiden op een positie in de maatschappij.

Toch zijn er maar weinig vakken die u en ik op de middelbare school gehad hebben, die we in het dagelijks leven of in de uitoefening van onze baan regelmatig gebruiken.

Sterker nog: 80% van wat we geleerd hebben op het voortgezet onderwijs gebruiken we in de praktijk nooit. Daarmee wordt het afronden van het voortgezet onderwijs slechts een bewijs van bekwaamheid, meer niet.

LOB als kern van het onderwijsaanbod

Het LOB-onderwijs is nu juist een unieke kans om álle vakken op het VMBO en MBO betekenis te geven voor later. Maar dat kan alleen als docenten en decanen LOB gaan zien als de basis van het onderwijs en bereid zijn om loopbaanoriëntatie te verankeren in het bestaande vakkenaanbod, in plaats van het te isoleren als apart “vak”.

“Het LOB-onderwijs is een unieke kans om álle vakken op het VMBO en MBO betekenis te geven voor later.”

In mijn opinie moet het gesprek met de leerling leidend en bepalend zijn voor LOB. De activiteiten, opdrachten en het bijhouden van het LOB-dossier is daaraan ondergeschikt.

Nu zie ik nog heel vaak dat het decanaat niet alleen de coördinerende rol op zich neemt, maar ook de inhoudelijke pet opzet. Ten onrechte, als je het mij vraagt.

De inhoud van LOB moet liggen bij de mentor en bij de docenten die de leerling echt kennen. De mentor moet de gesprekken voeren die nodig zijn om de leerling te helpen met het ordenen van zijn visie op de toekomst. Hij kan ook enkele klassikale LOB-opdrachten geven, maar dat moeten er niet meer dan 3 of 4 per jaar zijn.

De LOB-activiteiten moeten komen van de verschillende vakdocenten. Nu is het nog vaak de decaan die een serie van LOB-opdrachten verzint en klaarzet, gesprekken met leerlingen voert en eventueel de lesuren LOB invult.

“Te vaak is het alleen de decaan die een serie van LOB-opdrachten verzint en klaarzet, gesprekken met leerlingen voert én de lesuren LOB invult.”

LOB verankeren in reguliere vakken

Hoe kan LOB verankerd worden in de bestaande vakken? Allereerst door een substantieel deel van de uren die beschikbaar zijn voor LOB te verdelen over de diverse vakdocenten.

Laten we een Biologiedocent als voorbeeld nemen. Biologie lijkt op het eerste gezicht misschien niets met loopbaanoriëntatie te maken te hebben. Echter: het kan toch niet zo zijn dat de lessen Biologie alleen van belang zijn voor het behalen van een goed cijfer op het tentamen?

Elke docent hoopt dat leerlingen tijdens zijn lessen dingen leren die ze later in het leven gaan gebruiken. Anders zijn de lessen slechts het volgen van een methode. Een zinloze oefening die geen betekenis heeft voor het leven na het afrondende tentamen.

Geef de docent Biologie dus LOB-uren die hij kan besteden aan het maken of organiseren van loopbaanoriënterende opdrachten en -activiteiten die de leerling helpen om wel of niet te kiezen voor Biologie in zijn profiel, vervolgopleiding of beroep.

“Geef een vakdocent uren die hij kan besteden aan het maken of organiseren van LOB-opdrachten en -activiteiten.”

Passie omzetten in LOB-opdrachten

Door LOB de deels de verantwoordelijkheid te maken van de vakdocent zorg je ervoor dat vakdocenten hun passie voor hun vakgebied kunnen gebruiken om hun leerlingen enthousiast te maken voor later.

Een Biologiedocent kan bijvoorbeeld een bezoek aan een laboratorium, een agrarisch bedrijf of gezondheidsinstelling organiseren. Een CKV-docent verzint creatieve opdrachten die de leerling helpen om zichzelf beter te leren kennen en die toegevoegd kunnen worden aan het LOB-dossier. Een docent Nederlands leert leerlingen een sollicitatiebrief te schrijven. Ook dat is LOB!

Op het VMBO en het MBO weten leerlingen vaak al zeker wat ze later willen gaan doen. Toch zijn LOB-activiteiten die niet direct te maken hebben met de toekomstige baan géén verloren tijd.

Juist deze activiteiten verruimen de blik, onderbouwen de gemaakte loopbaankeuzes en maken de leerling een uniek individu met meerwaarde voor de toekomstige werkgever. Zo krijgt de leerling een unieke positie op de arbeidsmarkt.

Eigenaarschap van de leerling

Het succes van loopbaanoriëntatie staat of valt met de verankering in het totale onderwijs en daarnaast met de mate waarin de leerling eigenaarschap krijgt.

Het is niet de decaan die aan het eind van de rit een veld in het dossier in moet vullen met de definitieve keuze. Het is de leerling die bepalen moet waar hij uit wil komen en welke opdrachten en activiteiten hij gebruiken wil om daar te geraken.

De taak van de decaan en de mentor is slechts om deze opdrachten en activiteiten vanuit een coördinerende rol te faciliteren.

Doorlopende leerlijn

Wanneer niet de school, maar de leerling zelf de eigenaar is van zijn LOB-traject is het onlogisch als het MBO weer bij nul begint als het gaat om loopbaanoriëntatie. Toch is dit helaas aan de orde van de dag.

“Wanneer niet de school, maar de leerling zelf de eigenaar is van zijn LOB-traject is het onlogisch als het MBO weer bij nul begint als het gaat om loopbaanoriëntatie”

In de afgelopen tien jaar is voortijdig schoolverlaten (VSV) succesvol teruggedrongen met behulp van de modules Overstap VO-MBO en het Digitaal Doorstroom Dossier (DDD) van Intergrip. Dit DDD helpt scholen om informatie over hun leerlingen digitaal over te dragen aan het vervolgonderwijs.

Datzelfde principe geldt voor LOB-onderwijs. Als de LOB-opdrachten en -activiteiten van de leerling op het voortgezet onderwijs uitvoert van betekenis kunnen zijn voor de loopbaanoriëntatie in het vervolgonderwijs wordt LOB niet een serie lessen of gesprekken van de school met de leerling, maar een levende zoektocht van de leerling naar zijn rol in de maatschappij.

Die zoektocht is schooloverstijgend en de leerling is zelf de eigenaar. LOB zoals LOB bedoeld wordt, dus.

Een middel, geen methode

Graag faciliteert Intergrip daarin met softwareprogramma’s die scholen helpen met het organiseren en controleren van LOB op hun eigen unieke manier en met het overdragen van de resultaten hiervan naar vervolgonderwijs.

Een middel dus, geen methode (hoewel de pakketten verrijkt zijn met 150 kant-en-klare opdrachten en activiteiten van decanen en docenten uit het hele land). Wilt u hier meer van weten, neemt u dan contact met mij op.